Een maand geleden werd ik weer geïnstalleerd als Kamerlid. Nadat ik in maart onverwachts niet werd herkozen, volgden zes woelige maanden. Als eerste opvolger op de lijst was de kans groot dat als GroenLinks mee deed in een kabinet, ik toch de Kamer in zou komen. Ik bleef betrokken bij de fractie in allerlei gesprekken over de formatie. Een rollercoaster volgde, maar toen in september duidelijk werd dat de oude coalitie gewoon weer ging formeren, gaf ik de hoop op. Ik zette de knop om en was bezig met hoe ik buiten de Kamer een groene, eerlijke samenleving kon aanjagen. Veel schrijven, gesprekken met inspirerende mensen. 

Totdat ik -terwijl ik spitskool stond de bakken dat ga ik nooit vergeten- een telefoontje kreeg van onze partijvoorzitter. Mijn collega Bart stapte op als Kamerlid. In een keer was alles wat ik zes maanden lang zo gemist had -een prachtig vak waar je echt het verschil kan maken op de onderwerpen waar ik al mijn hele leven aan werk- weer terug. Iedereen vroeg me in de weken die volgde: “ben je blij?”. Blij niet, daarvoor was er teveel gebeurd. Wel opgelucht dat ik weer mocht doen waar ik gelukkig van word, en waar ik ook nog lang niet klaar mee ben.

De dag na het spitskooltelefoontje sprak ik iemand die al heel lang op de fractie werkt, die zei “je komt terug in een andere baan”. Dat klonk overdreven maar nu na een maand kan ik zeggen: het is wel zo. We zijn een kleinere fractie, dus iedereen heeft een veel grotere portefeuille. Ik ben nu woordvoerder economische zaken, klimaat, justitie, asiel en migratie. Een enorme verantwoordelijkheid. Voor mij persoonlijk ook de twee onderwerpen waar ik de politiek voor in gegaan ben. Klimaatverandering en de vluchtenlingencrisis draaien om internationale solidariteit. Ik heb in de jaren dat ik in India en Indonesië werkte gezien hoe ongelijkheid en uitbuiting zo verweven zijn met alles wat wij consumeren en waar veel van onze welvaart op is gebaseerd. 

Het idee dat in de klimaatcrisis wij nog steeds zo’n groot deel van het resterende koolstofbudget opsouperen, ten koste van arme landen die het minst bijdragen aan klimaatverandering maar het hardst geraakt worden, vind ik onverteerbaar. We komen alleen uit deze crisis als we de onderliggende economische machtspatronen aanpakken die zorgen voor ongelijkheid en uitbuiting. 

Maar er zijn andere grote verschillen met de vorige periode. De samenstelling van de Tweede Kamer is volstrekt anders. Waar ik in de vorige periode nog wel eens een meerderheid op een groen onderwerp kon vinden met D66 en Christenunie, is er nu een brede rechtse meerderheid. Dat betekent dat zoveel groene en progressieve plannen weinig kans maken.

Afgelopen week had ik mijn eerste debat op Asiel en Migratie, en heb ik uren en uren in de plenaire zaal moeten luisteren naar wat die rechtse meerderheid betekent. De teksten van de PVV, die nu opbokst tegen Forum in nog radicalere, rechtse praat. Forum dat de parlementaire democratie schoffeert. Maar ook een minister die stelt dat Nederland geen narcostaat is, want anders “stond hier iemand met een exotische achtergrond – in de zin van afkomstig van een cocaïnebende uit een of ander ver oord.” Een staatssecretaris die zich niet wil uitspreken over het feit dat Nederlands hulpverleners op de Middelandse Zee 25 jaar cel dreigen te krijgen voor mensensmokkel. Een staatssecretaris die om 1 uur ‘s nachts na twee dagen debat het lot van een 8-jarig jongetje bezegelt door een motie van SP-collega Jasper van Dijk te ontraden. De ouders van het in Nederland geboren en getogen jongetje zijn een formulier vergeten in te vullen, en nu worden ze uitgezet. 

Toch ben ik optimistisch over waar de veranderkracht ligt. Als ik zie hoe de klimaatbeweging groeit. Hoe bij jonge mensen de aanpak van klimaatverandering het belangrijkste thema is waar wij als politiek voor staan. Afgelopen week een mooie presentatie van klimaatwetenschapper Heleen de Coninck, waarin zij stelde dat ons klimaatbeleid teveel een jacht op megatonnen is. Klimaatverandering aanpakken is een sociale transitie, waarin iedereen eerlijk meegenomen moet worden. In Glasgow waren de meest indrukwekkende speeches van al die mensen die nu al keihard geraakt worden door de gevolgen van klimaatverandering. Langzaam maar zeker begint het kwartje te vallen dat de aanpak van klimaatverandering niet een technologische fix is, maar dat het draait om klimaatrechtvaardigheid. 

Die beweging, daar krijg ik energie van. Die beweging verdient een stevige stem. Ik ben heel blij dat ik die stem mag zijn in ons parlement.